Een systeem onder spanning

De jeugdhulp staat onder druk, en dit al geruime tijd. De afgelopen maanden zorgden voor een intens debat over organisatie van de zorg, capaciteit, regie, de toekomst. Voor veel professionals voelt het alsof het systeem tegelijk wordt ontleed en heruitgevonden. Die dubbele beweging creëert spanning. Enerzijds is er onzekerheid – over middelen, kaders en verwachtingen. Anderzijds groeit het besef dat het huidige systeem zijn grenzen bereikt heeft.

De netwerkdag koos ervoor om die spanning niet te ontwijken, maar net zichtbaar te maken. Niet door enkel problemen te benoemen, maar door verschillende perspectieven naast elkaar te leggen. Wat ontstond, was geen eenvoudig antwoord, maar een gedeeld besef: als het anders moet, dan moet het samen.

Jongeren spreken – via kunst en ervaring

Opvallend doorheen de dag was de centrale plaats van jongeren. Niet als doelgroep, maar als actieve stemmen en betekenisvolle aanwezigheid.

Naast de aanwezigheid van de jongeren in het panel waren Tobias en Neejtn aanwezig via hun kunst. Hun werken waren fragmenten van hun zielsverhaal, dragers van een binnenwereld die niet zomaar overdraagbaar is.

Neejtn ontwikkelde zijn artistieke taal pas nadat woorden lange tijd ontoereikend bleken. Zijn werk beweegt zich op de grens van lichaam en ervaring, tussen nabijheid en afstand. Het vraagt geen snelle interpretatie, maar aandacht.

Ook Tobias creëert elke dag opnieuw. Waar zijn lichaam grenzen oplegt, opent hij in zijn tekeningen net een ruimte zonder beperkingen. Zijn werk is vrij, intens en ongebonden. Bij Zwerfgoed vzw vindt hij een plek waar die vrijheid erkend wordt en verder kan groeien.

Wat hun werk duidelijk maakt, is eenvoudig en confronterend tegelijk: voor sommige jongeren is kunst geen extra, maar een noodzakelijke taal. Het dwingt ons stil te staan bij hoe beperkt onze systemen soms zijn in het toelaten van andere vormen van expressie. Want soms is een beeld niet sterker dan woorden - maar het enige wat er is. 

Neejtn (2004 - 2025)

Tobias Hepke (*2008)

Onderwijs en jeugdhulp: geen aparte werelden meer

Vanuit onderwijs bracht Els Meert een scherpe analyse van de realiteit in scholen. De toenemende diversiteit, complexere hulpvragen en stijgende schooluitval zetten het systeem onder druk. Scholen zoeken, leerkrachten voelen de spanning, en ondersteuning schiet vaak tekort. In die realiteit wordt duidelijk dat onderwijs en jeugdhulp niet langer los van elkaar kunnen functioneren. Problemen stoppen niet aan de schoolpoort en oplossingen evenmin.

Er dringt zich een duidelijke verschuiving op. Ze pleit voor een gezamenlijke verantwoordelijkheid en een geïntegreerde aanpak. In plaats van problemen te individualiseren – en toe te schrijven aan het kind – moeten we kijken naar de context en de relaties rondom het kind.  Minder medicaliseren en meer begrijpen. Minder reageren op uitval en sterker inzetten op preventie en verbinding.

De weg vooruit vraagt maatwerk: scholen vertrekken van verschillende startposities en evolueren op verschillende snelheden. Via pioniersprojecten en netwerken wordt gezocht naar manieren om onderwijs te organiseren volgens de ambitie van “scholen voor iedereen”, met aandacht voor inclusie, diversiteit, gedrag en gelijke kansen.

Zo groeien scholen naar pedagogische gemeenschappen die inclusiever en flexibeler werken en samen verantwoordelijkheid opnemen. Ook welzijnspartners schuiven dichter aan: niet langer extern, maar als betrokken partners die mee bouwen aan een geïntegreerd verhaal rond elk kind.

De ambitie om te evolueren naar scholen voor iedereen tegen 2040 vraagt een fundamentele systeemverandering. Een verandering waarin samenwerking geen optie meer is, maar een noodzakelijke voorwaarde.

Talent als vertrekpunt

Kunstenaar Niels Stoomboot vertelde over zijn ervaring bracht een ander perspectief binnen. Niet het tekort, maar het talent als vertrekpunt.

“We moeten ruimte creëren voor jongeren om in te zetten op hun talenten. Ze kunnen zoveel, alleen is het nooit aan hen gevraagd.”

Het is een vaststelling die schuurt. Want ze legt bloot hoe vaak jongeren benaderd worden vanuit wat niet lukt. Kunst en creativiteit tonen een andere ingang, één die ruimte maakt voor identiteit, kracht en verbinding.

Die overtuiging groeide niet in theorie, maar in de praktijk. Niels vertelt over hoe zijn voorstelling Was ik maar een muis tot stand kwam in een traject dat ontstond tijdens twee jaar werken in een leefgroep voor tienermeisjes. Zonder opleiding in de hulpverlening, maar gewoon als mens tussen mensen, ging hij samen met jongeren achter de piano zitten. Daar ontstonden liedjes – over alledaagse dingen, maar ook over de breuken en verhalen die hen in de jeugdhulp brachten.

Het project toont wat er kan gebeuren wanneer jongeren niet eerst bevraagd worden op hun problemen, maar aangesproken worden op hun vermogen om te creëren. Kunst wordt zo geen bijkomstigheid, maar een ingang tot verbinding, expressie en erkenning. Of zoals het tijdens de dag scherp werd verwoord: “Opvoeders zijn de ministers van hoop.”

Sport als hefboom voor groei

Thomas Botterman van G-sport Vlaanderen liet zien hoe sport meer kan zijn dan ontspanning, dat sport een krachtig instrument kan zijn. Het kan voor kwetsbare jongeren een veilige omgeving bieden, sociale verbinding stimuleren en verantwoordelijkheid en zelfvertrouwen versterken.

Maar toegankelijkheid blijft een uitdaging. Drempels – praktisch, financieel of mentaal – zijn nog vaak te hoog. Daarom ligt de sleutel niet alleen in aanbod, maar in actieve toeleiding en betrokkenheid van jongeren zelf.

"Sport toegankelijk maken en drempels verlagen is essentieel, net als jongeren betrekken en hen verantwoordelijkheid geven."

In die beweging ligt een belangrijke les: wat werkt voor kwetsbare jongeren, werkt vaak voor iedereen.


De jeugdhulp en justitie met de kinderrechten als richting

Rozelien Van Erdeghem, juriste bij STEKR, bracht een cruciaal perspectief binnen: dat van de kinderrechten. In een context waarin het jeugddelinquentiebeleid verschuift richting justitie, is het des te belangrijker om het belang van het kind centraal te blijven stellen. 

Haar analyse maakte duidelijk dat verkokering – het opsplitsen van verantwoordelijkheden over verschillende systemen – een reëel gevaar vormt. Jongeren dreigen verloren te lopen tussen welzijn, onderwijs en justitie.

“We moeten voorkomen dat jongeren verdwalen in een verkokerd systeem. Verkokering impliceert een verzwakking van de rechten.”

Vanuit een kinderrechtenperspectief betekent dit dat we steevast moeten vertrekken vanuit de behoeften van het kind, blijven inzetten op welzijn en ontwikkeling en kritisch en constructief omgaan met beleid. 

Daarnaast pleit ze voor samenwerking over sectoren heen en voor het centraal stellen van de stem van jongeren in beleidsprocessen. Kinderrechten zijn geen abstract principe, maar een concrete hefboom voor een rechtvaardiger systeem.

Jongeren leggen de vinger op de wonde

Tijdens het panelgesprek gingen jongeren en professionals met elkaar in dialoog over de knelpunten en de toekomst van de jeugdhulp. De bijdragen van jongeren waren vaak het meest confronterend – en het meest verhelderend. Francis wees op de kloof tussen de jeugdhulp en de samenleving. 

“We moeten niet pas leren op 18 jaar hoe de maatschappij in elkaar zit.”

De overgang van een voorziening naar zelfstandigheid is voor veel jongeren te abrupt. Er is nood aan geleidelijke trajecten, waarin jongeren stap voor stap kunnen groeien. Gabriela bracht een ander pijnpunt naar voren: de administratieve druk.


“Er wordt te veel geregistreerd. Je moet je bezig houden met de jongere in plaats van op te schrijven wat je aan het doen bent. Jongeren zijn geen nummers.”

Het zijn signalen die niet genegeerd kunnen worden. Ze raken de kern van het systeem.

Ook de sprekers benadrukten dat verandering nodig is – en mogelijk. Maar dat vraagt moed. En vooral: samenwerking. Termen als vereilandisering, verkokering, nood aan ontschotten, kleurden de bijdragen en zetten ineens ook de toon voor de verdere ambities. De netwerkdag bood geen snelle oplossingen. Wat ze wel bracht, was richting en verbondenheid. De uitdagingen zijn groot, maar het engagement is dat ook. En misschien is dat de essentie: blijven zoeken, durven spreken, blijven luisteren en samen blijven bouwen.

Elke Haerick